Project Agrodome
Dit woonhuis is onderdeel van een rijtje van vier woonhuizen. Gebouwd met gebruik van zoveel mogelijk hergroeibare grondstoffen (2008).
Tot 2018 werd het huis gebruikt als kantoor door de Stichting Agrodome. Inmiddels wordt het bewoond door een particulier.
Land- en tuinbouw als bron
Het was de Woonstichting in Wageningen die rond de millenniumwisseling bij de gemeente aanklopte. Zij wilde een experiment aangaan: woningen bouwen met hernieuwbare bouwstoffen, waar mogelijk afkomstig uit de land- en tuinbouw. Vier woningen zijn het geworden. Daarvan gebruikte stichting Agrodome er één als werkruimte en voorbeeldwoning.
‘To explore the potential of nature to improve the quality of life’, luidt de missie van de universiteit van Wageningen. Het lag dan ook voor de hand dat dit toonaangevende instituut een bijdrage leverde aan het bouwproject van de Woonstichting. Wageningen UR heeft zijn brede kennis van biobased grondstoffen en hun productiewijze hierbij ingezet. De universiteit heeft bovendien veel ervaring met innovatief onderzoek naar nieuwe materialen.
Het project in Wageningen had een tweeledig doel:
- toepassingsmogelijkheden zichtbaar maken in bouw, beheer en onderhoud;
- het vergroten van kennis voor duurzame bouwprojecten.
Toelichting
De materiaalkeuze is voor een deel gevallen op bestaande commerciële producten met een goede milieuprestatie. De Universiteit kon sommige alternatieve en experimentele materialen namelijk niet in voldoende hoeveelheden produceren. Ook bleek het moeilijk producenten te vinden die nieuwe producten konden of wilden vervaardigen.
Constructie met houtskeletbouw
Voor zowel de wanden, de gevels als de hellende daken is gekozen voor houtskeletbouw. Voor de achterzijde van de woning, waar een plat dak aanwezig is, zijn Lenotec panelen toegepast. Vooral om te laten zien dat je bij duurzaam bouwen ook massieve houtpanelen kunt gebruiken. De Lenotec vloerplaten zijn samengesteld met een witte houtlijm, die het minst schadelijk is door het hoge cellulosegehalte.
Houtskeletbouw biedt op een eenvoudige manier ruimte voor een dik isolatiepakket van vlaswol. Als alternatief is ook nog gekeken naar hennep vanwege een schoner productieproces. Hennepisolatie was echter (nog) niet als Nederlands product op de markt verkrijgbaar. Om koudebruggen te voorkomen, zijn in de gevels aan de buitenzijde van de houten stijlen houtvezelisolatieplaten toegepast. Door de dampopen opbouw van deze platen hoeft bovendien geen dampremmende laag meer te worden aangebracht. Toepassing van hetzelfde materiaal aan de binnenzijde leverde echter – vanwege de relatief grove structuur – een duurdere afwerking op. Gipsvezelplaten bleken hier uiteindelijk het meest milieuvriendelijke alternatief.
Houten dakgoten
De zoektocht naar toepassing van zoveel mogelijk natuurlijke of hernieuwbare materialen leverde enkele bijzondere bouwdelen op. Zo bestaan de dakgoten bij het hellende dak – met lariks shingles – uit onbehandelde, uitgeholde lariks boomstammen.
“In een project in Delft hebben we al eens V-vormige houten goten toegepast”, vertelt projectarchitect Renz Pijnenborgh. “De eerste paar weken lekken de goten, maar na verloop van tijd gaan de naden vanzelf dichtzitten. Het is vooral een kwestie van goed zagen, met de vezelrichting mee. Deze houten goten gaan zeker 15 jaar mee en kunnen dan eenvoudig vervangen worden.”
Schelpstuc als buitenafwerking is eveneens een bijzondere keuze. Schelpen komen weliswaar niet uit de land- of bosbouw, maar zijn wel ‘hernieuwbaar’. De schelpkalk is vooral een alternatief voor mergel.
Plaatfundering met schuimbeton
Voor de fundering bleek een keuze voor hernieuwbare materialen niet te bestaan. Als meest ecologische oplossing is daarom gekozen voor een plaatfundering met schuimbeton. Kenmerkend voor schuimbeton is dat bestaat uit relatief weinig materiaal: zand en cement, met eiwitten als blaasmiddel. De fundering bestaat uit twee lagen schuimbeton van 500 en 300 mm, waartussen een dunne laag constructiebeton is toegepast vanwege de kans op ongelijkmatige zettingen.